SPERBER-CHLEBOWSKI (ANNA)
Anna ('Henny/Hennie') Sara Sperber-Chlebowksi (Keulen, 8-12-1920)1
Vermoedelijk in 1944 was Henny op de Kokerstraat 5 korte tijd ondergedoken bij het gezin van Wouter Leegwater (Schermerhorn, 8-4-1915) en Johanna Petronella ('Nel') Leegwater-van den Berg (Wieringen, 28-11-1913).
Gezin Leegwater
Wouter en Nel waren in 1938 in Aalsmeer getrouwd en hadden op dat moment drie kleine kinderen. Wouter Leegwater, die na de oorlog handelaar in textiel en levensmiddelen was, werkte toen bij de nabijgelegen veevoederfabriek van Zwaardemaker. De Duitsers waren vlakbij. Het huis aan de Kokerstraat keek aan de achterkant uit op twee gevorderde scholen, de christelijke Goede Herder en de openbare Dik Tromschool. Ze werden door Duitse soldaten gebruikt als kazernes. Op het dak stond luchtafweergeschut ('Flak'). Het echtpaar Leegwater was gereformeerd en had vermoedelijk contact met het illegale netwerk van Willem Brinkman, Piet Bosboom* of Walraven van Hall, die vaak adressen zochten voor joodse onderduikers.
Palestina-pioniers
Anna was getrouwd met Gerhard ('Gert') Bertold Sperber (Berlijn-Schöneberg, 7-11-1920). Beiden waren Duitse vluchtelingen en kenden elkaar uit Nieuwesluis in de Wieringermeer. Daar was tussen 1934 en 1941 een joods werkdorp gevestigd waar jonge joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk agrarische, ambachtelijke en huishoudelijk vaardigheden leerden. Daarmee zouden zij zich beter in landen buiten Duitsland staande kunnen houden of pionier kunnen worden in Palestina.2 Palestina-pioniers werden chaloetsim genoemd. Andere centra richtten zich alleen op Palestina, soms alleen op kinderen ('jeugd-alijah'). Bij de laatste groep hoorde het Hof van Moerkerken in Mijnsheerenland. Een mogelijk familielid van Henny, Samuel Leib Chlebowksi (Keulen, 23-1-1924), was er bewoner. Hij was op 4 januari 1939 naar Nederland gekomen (Rheden) en vertrok met de derde groep jonge pioniers op 15 maart 1940 naar Palestina.3 Ook Henny emigreerde in 1939 naar Nederland.4 Zij kwam uit Essen, waar haar vader, David Hermann Chlebowksi, op de Kastanienallee 38 woonde. Henny was 18 jaar in 1939 en ging naar de Wieringermeer.
Wieringermeer
Frans van der Straaten schrijft in zijn boek Herinneringen en belevenissen aan/van Palestina-pioniers in Nederland dat er op 10 mei 1940 in het werkdorp 315 mensen waren. 175 van hen kwamen tijdens de oorlog om het leven. Van elf personen is het lot onbekend. Het dorp in de Wieringermeer werd per 1 augustus 1941 definitief door de Duitsers opgeheven. In juni 1941 leken de Duitsers nog mee te willen werken aan een herstart. De leiding verstrekte hen een lijst met namen en adressen in Amsterdam. 61 werkdorpers werden daarop uit de huizen gehaald waar ze logeerden, tezamen met jongens van de gastgezinnen, en naar Mauthausen gestuurd.5 Het lijkt er op dat Gerhard en Henny in de omgeving van het werkdorp zijn gebleven. In het archief van de familie Leegwater is een verlovingsfoto bewaard die op 22 december van dat jaar door een Alkmaarse fotograaf werd gemaakt.
Irene
Op 24 juli 1942 vond in Almelo hun huwelijk plaats. Ook daarvan zijn foto's bewaard gebleven. Het feestelijk geklede bruidspaar wandelt daarop in een straat en draagt de verplichte jodenster. Henny heeft een bruidsboeket. Eén foto laat het paar met een sterloze vriendin of verwante zien. Hun laatste officiële adres in Nederland was de Tugelaweg 67 in Amsterdam.6 De meeste bewoners werden er tussen eind september en midden november 1942 gedeporteerd, zodat er plaats kwam voor anderen. Een volgend vaststaand feit is de geboorte van Irene Sperber, op 27 augustus 1943 in een bejaardenhuis in Renkum. Omdat de baby in deze omgeving niet goed verborgen kon worden, werd het kind na negen dagen naar een onderduikadres gebracht. Van Henny en Gert is bekend dat zij naar Frankrijk gingen en deelnamen aan het verzet. Na de oorlog bleek dat zij samenwerkten met Nel van den Akker en Ernst Asscher. Beiden worden door Van der Straaten genoemd als leden van de Westerweelgroep.7
Westerweelgroep
Nel verrichtte koerierswerk, bood joden onderduikplekken en bevrijdde kameraden uit Westerbork. Zij vertelde Irene dat haar moeder een actieve vrouw was, die niet de hele oorlog op een kamertje had kunnen zitten. Ernst Asscher was ondergronds werkzaam in Frankrijk. De groep zette via België en Frankrijk routes op naar het vrije Zwitserland en Spanje.8 Hij werd opgepakt, overleefde de kampen en trouwde na de oorlog met Nel van den Akker. Henny en Gerhard Sperber behoorden dus tot de groep 'werkdorpers' die zich bij de christelijk-joodse verzetsgroep van Joop Westerweel, diens vrouw Wil en Menachem Pinkhof aansloten. In een artikel op Wikipedia over een ander Duits lid van de Westerweel-groep, Max ('Cor') Windmüller, komt naar voren dat men samenwerkte met de Résistance Juive (het joods verzet). Het artikel noemt Gert Sperber als lid.9 De Nederlandse slogan was: "Kop op!"
Croeze-Schuitema
Intussen werd het meisje Sperber vanaf begin september 1943 drie maanden van het ene naar het andere adres gebracht. Begin december was zij bij een bakkersgezin in Hoogeveen (Drente). Via de verzetsman Arnold Douwes, zijn zuster Jettie, die verpleegster was, hun broer André -een dominee- en diens vrouw kwam Irene in het Groningse Wierumerschouw terecht, bij het gezin van Antje ('Annie') Croeze-Schuitema (Aduard, 5-4-1918) en Jacob Croeze (Hoogkerk, 29-12-1912). Die hadden toen zelf twee kinderen. Het verhaal dat de familie aan de omgeving vertelde, was dat het meisje uit het Westen kwam en een gezonde omgeving nodig had, omdat haar moeder tbc had. Het meisje zou een nichtje zijn van een goede kennis uit Groningen en Marianne van Dijk heten, wat werd afgekort tot 'Ina'. Toen Annie Croeze later hoorde dat de moeder van het meisje haar dochter Irene had genoemd, veranderde zij de naam in Irene. 'Ina' was echter al ingeburgerd.
Zaandam
Henny Sperber-Chlebowski wilde haar dochter dolgraag zien. Daarom reisde ze een keer clandestien naar Nederland. De reis vanuit Frankrijk was erg moeilijk. Het verzet vond het echter te gevaarlijk om de moeder naar Groningen te laten gaan. Via dominee Douwes kreeg ze wel foto's van Irene. Het echtpaar Croeze ontving van haar de trouwfoto met jodenster, die ook in het familiearchief van de Leegwaters wordt bewaard. Vermoedelijk is Henny in die tijd, de eerste helft van 1944, bij het gezin Leegwater geweest. Zij moet toen ook de verlovingsfoto en een tweede bruidsfoto hebben achtergelaten. Een mogelijke Zaanse contactpersoon zou de chaloets Eva Fränkel* kunnen zijn geweest. Kerkelijke contacten zijn evenmin uit te sluiten. Ook is het mogelijk dat de familie van Nel Leegwater het werkdorp in Wieringen kende.
Arrestatie
Gerhard en Henny Sperber10 werden op 18 juli 1944 in Parijs opgepakt, terwijl de geallieerde invasie in Normandië al was begonnen. De Gestapo viel na verraad het adres binnen van de Résistance Juive op de Rue Erlanger. Ook Ernst Asscher, Alfred Fränkel en Max Windmüller werden gepakt. Ze werden via de gevangenis van Fresnes naar doorvoerkamp Drancy gestuurd. De groep rond Windmüller werd gedeporteerd op 17 augustus 1944, de dag voor de bevrijding van het kamp. Gestapo-commandant Alois Brunner had voor hen achter zijn vluchttrein een aparte wagon met het opschrift 'Joodse terroristen' gehangen. Als politieke gevangene en jood kwam Gert in concentratiekamp Buchenwald terecht. Henny werd naar het vrouwenkamp Ravensbrück gedeporteerd, ook een kamp voor politieke gevangenen. Hun namen komen niet voor op de Holocaustsites.
Overlijden
Henny stierf in Ravensbrück, tien dagen voordat het Rode Leger het grotendeels geëvacueerde kamp bevrijdde. Volgens de gegevens van het Rode Kruis was dit op 20 april 1945. De familie Croeze hoorde van het verzet echter dat ze ruim voor haar man overleed, eind januari/begin februari 1945. Gert was op 1 november van Buchenwald naar Dora-Mittelbau getransporteerd. Hier kwam hij uiteindelijk terecht in het buitencommando Nordhausen.11 In Dora Mittelbau werd de geheime V2-raket gebouwd. Het Rode Kruis geeft als Gerts overlijdensdatum dezelfde dag als die van zijn vrouw, 20 april 1945. Na de oorlog vertelde Ernst Asscher aan Irene Sperber dat haar vader de dag na het bombardement op Nordhausen was gestorven. Op 3 en 4 april 1945 werd het kamp gebombardeerd.
Vervolg
Na de oorlog wilde een ongetrouwde broer van Henny, Leo Chlebowski, zijn nichtje meenemen naar een kibboets in Israël. Ook al zou zij misschien 'weken of maanden huilen', zo schreef hij in 1947, 'daarna zou het wel goed komen'. De pleegouders verweerden zich bij de Voogdijcommissie voor Oorlogspleegkinderen (OPK) - zie ook Max Degen*. Medewerkers daar vertelden hen dat zij Irene in ieder geval moesten gaan vertellen dat zij niet de echte ouders waren. Tijdens het voorlezen aan tafel van een onderduikverhaal uit de kinderbijbel zei Annie Croeze toen dat ook Ina een andere pappa en mamma had. Irene en de twee andere kinderen namen dit goed op. Croeze stelde bij de OPK dat Irene als klein meisje een wekenlange angstaanval had gehad. Dat wenste zij haar niet opnieuw toe. Zij hadden volgens haar in de oorlog hun leven niet in de waagschaal gesteld om hun pleegkind zoiets aan te moeten doen. De commissie liet zich hier door overtuigen en wees de voogdij op 18 mei 1949 toe aan het echtpaar Croeze. De advocaat van Leo Chlebowski zag af van een hoger beroep. Het duurde nog tot 1958 voordat 'Ina/Irene Croeze' officieel in de burgerlijke stand kon worden ingeschreven onder haar eigen naam, Irene Sperber.
Dekens
Eind jaren '70 bezochten de ouders Leegwater de familie Croeze en Irene. Zij namen twee dekens mee als vergoeding voor de exemplaren die Henny Sperber in 1944 bij hen had achtergelaten.
1 Mededelingen van Irene Sperber en Annie Croeze uit Groningen (november 2006), Bert Leegwater uit Assendelft, Wout Leegwater uit Zaandam (november 2006) en Anita Leegwater-Ploeger uit Wormerveer (september 2006); www.ogs.nl
2 Frans van der Straaten, Herinneringen en belevenissen aan/van Palestina-pioniers in Nederland (p. 34-35); www.jhm.nl/nederland.aspx?ID=40
3 Frans van der Straaten (p. 59)
4 H. Schröter, Geschichte und Schicksal der Essener Juden (p. 733)
5 Frans van der Straaten (p. 35); Presser, o.c. I (p. 124-125)
6 Brief van het Nederlandse Rode Kruis aan I. Sperber (30-1-1975); www.joodsmonument.nl
7 Frans van der Straaten (p. 121); vergelijk voor Nel ook Rechtvaardigen onder de Volkeren (p. 58-66)
8 Jewish Resistance in Holland. Group Westerweel and Hachshara (p. 3-4) www.findarticles.com/p/articles/mi_m0411/is_4_49/ai_68738710/pg_3
9 http://de.wikipedia.org/wiki/ Max_Windm%C3%BCller (Klaus Meyer-Dettum
10 Brief van het Nederlandse Rode Kruis aan I. Sperber (30-1-1975); de.wikipedia.org/wiki/Max_Windm%C3%BCller
11 www.v2platform.nl/dora.html