Zaandam > Nederlandse jood van de evacuatie op 17 januari 1942

DRILSMA (ADAM)


Gezin Adam Abraham Drilsma (Leeuwarden, 17-3-1875)1 en Roosje Drilsma-Vredenburg (Harlingen, 31-7-1875) met Abraham(Harlingen, 11-3-1899), Hester (Harlingen, 4-9-1900), Benjamin(Harlingen, 8-8-1903) en Grietje Judith(Harlingen, 5-2-1905)

 

Adams ouders waren Abraham Drilsma en Judicje Leefsma. Roosje was een dochter van Benjamin Marcus Vredenburg en Hester Koster. Hun namen kwamen terug in die van hun (klein-)kinderen. 

 

Gedempte Gracht

Tot 1930 woonden de Drilsma's op de Gedempte Gracht 93, waar het echtpaar tevens een winkel had. In 1912 kwamen Adam en Roosje Drilsma, die op 10 mei 1898 trouwden, met hun vier jonge kinderen uit Harlingen naar Zaandam. Dochter Hester verhuisde later naar Haarlem en zou als enige van het gezin de Sjoa overleven. Grietje trouwde met een andere Fries-joodse Zaankanter en winkelier, Abraham Pais*. Zij ging in 1934 met hem naar Wormerveer. De zonen kregen allebei een winkel in Zaandam. Abraham begon in 1925 in het buurpand van zijn ouders, Gedempte Gracht 95. Benjamin verhuisde in 1930 naar een winkelpand aan de Zuiddijk.

Op 1 juli 1930 trokken de ouders naar Stationsstraat 84. Regina Lewkowicz* vond Adam een 'deftige man'.2 De winkelier gaf haar en Arie Pais* soms op straat een snoepje uit een mooi doosje.

 

Oorlog

Politieman Osinga controleerde in mei 1941 bij de 62 joodse burgers van Zaandam die hadden verklaard geen radio te hebben, of dat klopte. Na 36 huiszoekingen stopte hij: hij had geen enkele fraude ontdekt. Wel noteerde Osinga dat niet-bezitter Adam Drilsma een 'draadje' had en dus gebruik maakte van de distributie van Nederlandse radioprogramma's via de draadomroep. Op de basislijst van in Zaandam woonachtige joden, opgesteld voor verdrijving en onteigening, staat als beroep van Drilsma senior 'grossier' genoteerd. Zijn naam komt niet voor op de bedrijvenlijst van januari 1942. Vermoedelijk was zijn zoon Abraham eigenaar van het familiebedrijf.

 

Amsterdam

Roosje Drilsma-Vredenburg (66) overleed twee weken na aankomst in Amsterdam, op 2 februari 1942. Het was een plotselinge dood; vanwege ziekte hadden verschillende Zaandammers uitstel van vertrek gekregen. Het Joodsche Weekblad plaatste twee overlijdensadvertenties3, beide 'in aller naam'. De een vermeldde een Amsterdams adres, Biesboschstraat 81, en was namens de schoonfamilie ondertekend door S. Drilsma. De andere advertentie was van echtgenoot Adam Drilsma. Hij plaatste op 4 februari ook een overlijdensbericht in het Dagblad voor Noordholland, met als adres Govert Flinckstraat 362. Rouwbeklag kon men betuigen op een adres in Haarlem. Een week eerder was in Amsterdam de uit Zaandam gekomen Duitse vluchtelinge Sara Weiss-Metzger* gestorven. De twee oudere vrouwen zijn in feite de eerste dodelijke slachtoffers van de jodenverdrijving uit de Zaanstreek. Roosje Drilsma mocht niet worden begraven op de joodse begraafplaats in Zaandam. Haar bijzetting vond daarom plaats in Diemen. Na de oorlog werd ze herbegraven in Muiderberg.

 

Deportatie

Adam Drilsma werd eind 1942 'gehaald' en naar Westerbork gestuurd. Het traject verliep via het Bureau Joodsche Zaken in Amsterdam, waar hij op 16 en 17 december 1942 werd opgesloten voor verhoor. Op een bewaard gebleven kaartje van het Bureau staat bij zijn naam: "Onderduiken en niet dragen jodenster." Waar Drilsma was ondergedoken is niet bekend. Wellicht hield zijn aanhouding verband met de arrestatie van zijn zoon Benjamin*, enkele dagen eerder. Op 2 februari 1943 ging Adam vanuit Westerbork op transport naar Auschwitz. De weduwnaar Drilsma zat in hetzelfde transport als de echtparen IJzerkoper* van het Dampad en Herzfeld* van de Beethovenstraat. Direct na aankomst, op 5 februari 1943, werd hij in de gaskamer gedood. Adam Abraham Drilsma, stichter van een grote Zaanse familie, stierf op 67-jarige leeftijd.

 

Verwanten

Abraham en diens gezin werden een half jaar voor Adam naar Auschwitz gedeporteerd. Adams andere zoon, Benjamin, en diens vrouw ondergingen dat lot drie weken eerder. Hun dochtertje en haar grootmoeder Jacobs* werden begin maart 1943 naar Sobibor gedeporteerd. Adams dochter Grietje ontkwam tot januari 1944 met haar man en drie kinderen aan deportatie.

 

1 Aufstellung nr. 11 (2 pers.); Evacuatierapporten; Rechnung Zentralstelle; H5; G5; Mutaties politie 'Joden' (1941-1942); Gezinskaart; www.joodsmonument.nl; GAZ SA Zaandam 175 - politierapporten; Lijst Osinga niet-radiobezit (april 1941), Dagblad voor Noordholland (4-2-1942); NIOD-karthoteek Bureau Joodsche Zaken

2 H6

3 www.joodsmonument.nl 

 


Laatste bewerkingsdatum: 2010-06-19


Overlijdensadvertentie Roosje Drilsma (www.joodsmonument.nl)


Overlijdensadvertentie Roosje Drilsma (www.joodsmonument.nl)

 

17 januari 1942

Door het gedwongen vertrek op 17 januari 1942 komt er een eind aan het relatief vredige bestaan van de familie Drilsma. De politieman noteert zonder nadere bijzonderheden het vertrek van A.A. Drilsma en echtgenote, sluit en verzegelt hun huis en neem de lijst met handbagage en de huissleutels mee. De lijst van de huizeninventarisatie maakt duidelijk dat Adam Drilsma eigenaar is van het winkelpand van zijn zoon op de Gedempte Gracht. Het zal hem worden afgepakt. De aanzienlijke inboedel, waarde 550 gulden, wordt binnen drie maanden overgenomen door de plunderinstantie Hausraterfassung.