BLACH (LEO)
Leo Blach (Wiesbaden, 12-1-1877 – Zaandam, 29-1-1956) en Rosa Sara Blach (Wiesbaden, 17-6-1869)1
Leo Blach en zijn oudere zus woonden op de Koogse Stationsstraat 44. Het door G. Hoorn verhuurde huis stond met de achterkant naar de fabriek van Cacao de Zaan (momenteel ADM Cocoa). Het had zes kamers. Er woonden na de oorlog twee gezinnen in. Het werd tenslotte wegens een fabrieksuitbreiding afgebroken.
Leopoldhall
Leo Blach promoveerde in 1900 aan de Ruprecht-Karls Universiteit te Heidelberg. Hij vestigde zich op 29 maart 1912 vanuit het Duitse Leopoldshall in Koog aan de Zaan. Hij woonde in de Stationsstraat 44 bij de weduwe Aagje Dokkum-Dekker (Zaandam, 17-2-1867) en haar kinderen Teunis Jan en Cornelia Janke. Op 7 april 1912 trad Blach in dienst bij Honig.
Militaire dienst
Op 9 september 1915 vertrok Blach naar Wesel (Duitsland). Hij moest in militaire dienst. Op 20 januari 1919 keerde hij vanuit Sennelage terug naar de familie Dokkum. Als zijn godsdienst stond toen vermeld 'Ned. Isr.', maar dat werd later doorgehaald en vervangen door het woordje 'geen'. Aagje en haar dochter vertrokken in januari 1927 naar Den Haag. Haar zoon was vier jaar eerder al naar Indië vertrokken. De nieuwe bewoonster van de Stationsstraat 44 was huishoudster Alida Dekker. Zij vertrok in 1937. Haar plaats werd op 4 september van dat jaar ingenomen door de joodse Fokeline de Jonge*.
Chemicus
Op 17 november 1935 had Leo Blach de Nederlandse nationaliteit verkregen. Zijn zus Rosa vestigde zich op 4 september 1939 bij haar broer aan de Stationsstraat. Blach was chemicus en had de Nederlandse nationaliteit. Hij werd hoofd van het Scheikundig Laboratorium van Honig's Fabrieken. Er zijn foto's van hem bewaard gebleven uit de jaren '20 en '30, zowel in het oude als het nieuwe laboratorium. Zijn opvolger daar zou dr. Jacobus Jürgens* zijn. Rosa Blach was zonder beroep en stateloos; op 25 november 1941 werden alle joden met de Duitse nationaliteit in Nederland stateloos verklaard.
Oorlog
De drie bewoners van Stationsstraat 44 waren de eersten die de aanmeldingsformulieren 'van joodschen bloede' inleverden, op 14 februari 1941. Zij kregen als gevolg hiervan later dat jaar een zwarte J in hun persoonsbewijzen gestempeld. Op 20 maart haalde men tegen betaling van 3 gulden de Bewijzen van Aanmelding op. Bij de grotendeels op de aanmelding gebaseerde politielijst van 1942 staan de drie huisgenoten onder elkaar.
Amsterdam
Zowel Rosa (72) als Leo (65) en Fokeline (52) vertrokken op of rond 30 maart 1942 naar Amsterdam. Van tevoren was er een 'inventarisatie', en soms roof, geweest van de inboedel, inclusief geld en kostbaarheden (zie de inleiding). Buurtbewoners weten nog dat het gezin spullen in bewaring gaf. Rosa moest in principe naar Westerbork. Een aantekening op het aanmeldingenoverzicht van najaar 1942 verwijst echter naar het Amsterdamse adres Roerstraat 73 II. Daar vestigde Rosa zich op 17 juli van dat jaar. Bij Leo Blach en Fokeline de Jonge staat geen adres. Na Roosje Zilverberg-de Groot* (75) was Rosa Blach de oudste van de verdrevenen.
Onvindbaar
Toen de gemeente eind 1942 moest opgeven wie er waren 'geëvacueerd' en waar zij te vinden waren, noemde de burgemeester Rosa Blach niet. Leo Blach bleek onvindbaar. Op 16 januari 1943 gaf de gemeente Amsterdam door dat zijn verblijfplaats en die van zijn huishoudster De Jonge onbekend waren bij de Joodsche Raad. Dat antwoord ging op 18 januari naar de Rijksinspectie. Leo Blach en Fokeline de Jonge golden voor de gemeentelijke registratie daarna als 'v.o.w.', 'vertrokken onbekend waarheen'. In ieder geval waren Rosa en Leo Blach ondergedoken.
Onderduik
Op 8 maart 1945 stuurde Leo Blach vanaf zijn onderduikadres een brief aan een kennis, Piet Oly. Waarschijnlijk was Oly toen de contactpersoon met Blachs oude werkgever, Honig's Fabrieken. Boven de brief staat 'D. de Boer' (wellicht een schuilnaam van Blach) en het adres 'Molen 503, Broek op Langedijk'. Rosa en Leo Blach zijn de hongerwinter tot dat moment zonder al te veel tekorten doorgekomen, gezien zijn opmerking dat er 'een overvloed aan levensmiddelen' beschikbaar was. "Als er soms een te zwart beeld van de voedseltoestand hier opgehangen werd, zoo verklaar ik, dat deze actie niet van mij uitgaat. Natuurlijk vind ik een verzorging met producten van de Bij [Bijenkorf, de Honig-fabriek] gewenscht, maar toch zal de firma niet al de hongerige en onuitputtelijke magen kunnen vullen." Blijkbaar hadden broer en zus Blach al diverse onderduikadressen achter de rug, gezien het slot van Leo's brief: "Wij zijn gezond, maar zijn de toestand van omzwerving zoo hartgrondig moe." Blach refereerde in zijn brief ook nog aan een voormalige collega bij Honig, Alida Petronella Maria Out (1900-1967): "Als je (...) heb juff. Out te spreken, doe dan mijn beste wenschen voor haar geneezing. Ze zal het als alleenwonend persoon ook niet makkelijk hebben."
Militairen
Uit de Koogse lijst met 'geëvacueerde jodenwoningen in Noord-Holland' van februari 1943 blijkt dat de Wehrmacht het huis aan de Stationsstraat 44 wilde betrekken. Tot die tijd had de woning leeg gestaan.
Vervolg
Geen van de drie namen komt voor op de Holocaustsites. Van Rosa Blach is bekend dat zij op 23 juli 1945 weer werd ingeschreven op haar oude adres aan de Koogse Stationsstraat. Toen Leo Blach in 1956 overleed in het Zaandamse St. Janziekenhuis stond hij ingeschreven in de Julianastraat 33 te Koog aan de Zaan.
1 Aanmeldingslijsten maart 1941, nr. 3 (2 pers.) en nr. 4, en najaar 1942, nr. 1-3; Burgemeesterslijst nr. 3 en 4; Politielijst derde adres; Verzeichnis Judenwohnungen nr. 1; Opgave geëvacueerden november 1942 (alleen Leo Blach); Andere archiefstukken; Mededelingen van mevrouw Ploeg uit Koog aan de Zaan (augustus 2006) en B.H. Jürgens uit Epe (september 2006); Informatie van Henk Krigee uit Zaandam (31-10 en 8-12-2009, 16-1 en 26-1-2010); www.jhm.nl, documenten, nr. 00006801; Geen gezinskaart