Zaandam > Nederlandse jood van de evacuatie op 17 januari 1942

DRILSMA (BENJAMIN)


Gezin Benjamin Drilsma (Harlingen, 8-8-1903)1 en Esther Drilsma-Jacobs (Amsterdam, 12-12-1904) met Adolphina Gabriëlle (Zaandam, 8-8-1936)

 

Handelsagent Drilsma begon in 1930 een textielzaak aan de Zuiddijk 71. Na een tijdje vestigde hij zich op Westzijde 25 en verhuisde in 1938 naar de gunstige hoek van de Damstraat en de Gedempte Gracht. In 1942 woonde hij met zijn gezin op Damstraat 4. Josephina Jacobs-Kater*, de moeder van Esther, kwam in 1935 naar Zaandam en woonde daar op verschillende adressen in de buurt van haar dochter en schoonzoon.

 

Oorlog

Op 18 juli 1940 plakten NSB'ers een plakkaat met de tekst 'Nederlanders, koopt niet bij Joden' op de ruiten van Drilsma's zaak, een daad die ook plaatsvond bij de in het centrum gelegen winkels van Jacques Snoek* en radiozaak Goudal*. In oktober 1940 moest Benjamin, net als zijn broer en talloze anderen, zijn winkel als 'joodse onderneming' laten registreren. In maart 1941 vond de 'arisering' plaats: een niet-joodse bewindvoerder moest de zaak op zijn naam zetten. Benjamin Drilsma behoorde bij de 27 joodse radiobezitters van Zaandam. Hij zette op 28 april zijn handtekening onder de verklaring geen andere dan deze Philips te hebben ingeleverd. In augustus 1941 moest hij geld, giro- en banksaldi en effecten afstaan aan de roofbank Lippmann-Rosenthal. Benjamins winkel komt niet voor op de bedrijvenlijst van januari 1942. Vermoedelijk viel de zaak onder het (familie-)bedrijf van broer Abraham*.

 

Amsterdam

Volgens enkele mutaties in politierapporten van voorjaar 1942 waren er problemen met de winkel van Benjamin Drilsma. De PTT wendde zich om het een en ander tot de politie. Drilsma verzocht zelf om een verblijfsvergunning voor Zaandam en 'klaagt over het weghalen van goederen'. Na het gedwongen vertrek uit Zaandam kon het gezin Drilsma intrekken bij een tante in de Amsterdamse Lekstraat 112 III, Jeannette Dreese. Zij was kamerverhuurder. De eveneens joodse Dreese (Amsterdam, 22-10-1900) stierf in Auschwitz op 27 augustus 1943.

Vanaf 19 augustus 1942 waren de Drilsma's ingeschreven in de naburige Rijnstraat 167 I. Deze woning van de gedeporteerde familie Bril-Frank stond leeg.

 

Onderduik

In feite dook het echtpaar al snel onder op de zolder van de familie Bleeker-Loon, die aan de Noorderhoofdstraat 70 in Krommenie woonde. Willem Bleeker (Assendelft, 19-6-1912) was kapper, later heilgymnast en masseur. Zijn echtgenote was Ali Loon (1913). Voor dochter Adolphina en grootmoeder Josephina Jacobs-Kater werd een adres gevonden in Beverwijk.

 

Deportatie

Als gevolg van verraad kwamen Benjamin en Esther rond de jaarwisseling van 1942-'43 in Westerbork terecht, en hun gastheer Bleeker in Vught. Onderduikers waren in het kamp 'strafgevallen' en werden opgesloten in de s-barak. Het echtpaar Drilsma-Jacobs werd op 11 januari 1943 naar Auschwitz gedeporteerd. Esther (38) werd direct na aankomst, op 14 januari, in de gaskamer omgebracht. Benjamin (40) moest eerst werken. Hij bezweek 3,5 maand later, op 30 april 1943. Hun dochtertje Adolphina (6) was van hen gescheiden. De bezetter vond het meisje en haar oma op hun onderduikadres. Beiden werden op 5 maart 1943 vermoord in het vernietigingskamp Sobibor.

 

Arrestaties

De arrestaties kwamen ter sprake in het naoorlogse proces tegen de fanatieke Krommenieër NSB-burgemeester A.G. Jongsma. Die nam volgens dagblad De Zaanlander zelf deel 'aan de opsporing van het Joodse echtpaar Drilsma, omtrent welk echtpaar bij de Duitse politie een anoniem schrijven was binnengekomen'. Het echtpaar en hun gastheer werden gearresteerd. "Onderweg had verdachte [Jongsma] gevraagd, waar het kind [Adolphina] zat. Hij had toen een papiertje in de hand, waar dat adres in Beverwijk op stond. (...) Inmiddels had de verdachte Beverwijk telefonisch opgedragen het Joodse kindje aan het onderduikadres bij Van de Hoorn te Beverwijk te arresteren." Dat gebeurde op 11 december 1942.

 

Van der Hoorn

De door De Zaanlander genoemde 'Van de Hoorn' was de agent Leonardus Hendrikus Martinus van der Hoorn. Een Beverwijkse adjunct-inspecteur bracht hem die vrijdagmiddag om 12.10 uur naar het bureau. Volgens een melding bleef Van der Hoorn in bewaring 'ter voorgeleiding voor de SD', maar om 16.00 uur die dag mocht hij alsnog vertrekken.

De eveneens opgepakte grootmoeder en haar kleinkind zaten in het eerste Nederlandse transport naar Sobibor. In maart 1943 schijnt in Sobibor een feestje te zijn gevierd vanwege de vergassing van de miljoenste, of halfmiljoenste, jood. Historicus Presser veronderstelt dat het feest samenviel met een bezoek van Himmler. Te zijner ere werd een aantal joodse meisjes vergast. Himmler en zijn escorte volgden het tafereel door een kijkgaatje.2

 

Zie ook Benjamin Drilsma* in Krommenie.

 

1 Aufstellung nr. 12 (3 pers.); Evacuatierapporten; Rechnung Zentralstelle; H5; H8; G6-7; Gezinskaarten; Mutaties politie 'Joden' (1941-1942); Mededeling van Lies Uhl-Dijkstra uit Zaandam (1998); De Zaanlander (2-2- en 17-2-1948); Zee, S. van der, Vogelvrij (p. 124)

2 Presser, o.c. II (p. 424); Moore, o.c. (p. 319)

 


Laatste bewerkingsdatum: 2010-02-20


Advertentie manufacturenhandel (Benjamin) Drilsma in Gemeenteblad De 7000, 22-3-1935 (collectie Henk Krigee)

 

17 januari 1942

Politieman V. heeft op zijn briefje zes joodse namen staan op adressen rond Zuiddijk en Dam. Het is 17 januari 1942. Aan het eind van zijn ronde noteert hij op een blocnotevel zijn bevindingen: in opdracht van de politiecommissaris neemt hij bij de genoteerde personen de sleutels in ontvangst en verzegelt daarna de woningen: "Waarvan op afgelegde ambtseed dit rapport." Benjamin Drilsma, met drie personen, wordt afgevinkt. Het gezin vertrekt vermoedelijk samen met Esthers moeder uit Zaandam. De waarde van hun inboedel, geschat op ruim 500 gulden, wordt op 21 april 1942 opgeëist door de instantie die verantwoordelijk is voor de jodendeportaties.