Zaandam > Nederlandse jood van de evacuatie op 17 januari 1942

DIJK, VAN-HAGENAAR (REBECCA)


Gezin Rebecca van Dijk-Hagenaar (Oostzaan, 5-1-1916)1

 

Rebecca was een van de zeven kinderen van de Amsterdamse 'koopman in kippen enz.', tevens oprichter van de Oostzaanse woningbouwvereniging, Isaac Hagenaar en zijn echtgenote Theresia Winnik. Zij woonden tussen 1914 en 1936 in Oostzaan. In juli 1935 trouwde Rebecca met de niet-joodse Antonius Elbertus van Dijk (Zaandam, 25-5-1913). Antonie was houtbewerker. Het echtpaar ging na enige tijd in Zaandam wonen, in de J.C. van Wessemstraat 30. Op 28 juni 1938 werd dochter Erna Stiena geboren.

 

Oorlog

Rebecca's tante Lena Schouten-Hagenaar* was in Oostzaan actief bij de huisvesting van 75 Duitse en Oost-Europese joodse vluchtelingen die met name in 1938 en 1939 naar het dorp kwamen. Rebecca's zuster Lena Craane-Hagenaar* woonde tijdens de oorlog in Koog aan de Zaan. In tegenstelling tot Lena, die in maart 1941 bij haar aanmelding slechts twee joodse grootouders opgaf, noteerde Rebecca zichzelf op het aanmeldingsformulier kennelijk als voljoods. Het feit dat ze als gemengd gehuwde op de evacuatielijst stond, impliceert dat ze meer dan twee joodse grootouders had. Het gezin Van Dijk-Hagenaar overleefde de oorlog.

 

Verwanten

Dat geldt niet voor andere leden van het gezin Hagenaar. Rebecca's moeder overleed in Amsterdam, op 12 maart 1942, haar vader op 28 september 1942 in Auschwitz. Van hun zeven kinderen haalden alleen de oudste schoondochter, Lea Emden (Amsterdam, 7-8-1909), overigens zonder haar gezin, Rebecca en Lena de bevrijding. Van het gezin van grootvader Emanuel Hagenaar, die met zijn tweede vrouw omkwam, overleefden vier van de tien kinderen en een van de dertien kleinkinderen.

1 Weitere Aufstellung nr. 5 (3 pers.); Evacuatierapporten; Gezinskaart; Historische collectie Jelle Brinkhuijsen, Oostzaan


Laatste bewerkingsdatum: 2009-08-25


Zaandam 1940

 

17 januari 1942

Van de zes Nederlandse 'evacuatie'-adressen in Zaandam die een niet bij naam genoemde politieman op zaterdag 17 januari 1942 controleert, zijn er vier van gemengd gehuwde vrouwen en hun gezinnen. Tijdens zijn ronde blijkt dat deze huishoudens uitstel kunnen krijgen. De drie personen van het gezin Van Dijk-Hagenaar vertrekken op het laatste moment niet naar Amsterdam. "De door mij ingenomen sleutels zijn aan hen teruggegeven", schrijft de agent. Op 26 januari gaat dezelfde ambtenaar bij grotendeels dezelfde gemengde gezinnen aanzeggen dat zij voor 1 februari de gemeente verlaten moeten hebben en zich voor huisvesting bij de Joodsche Raad te Amsterdam dienen te vervoegen. Hun meubels mogen zij meenemen. Op de politielijstjes van 2 februari, de dag dat het daadwerkelijk vertrek wordt gecontroleerd, ontbreken hun namen.