DUIS (HERMAN)
Gezin Herman Duis (Zaandijk, 16-2-1909)1
Herman was getrouwd met Geertje Duis-Groot (Wormer, 7-7-1910). Het echtpaar had twee kinderen: Judith (Wormer, 28-2-1929) en Marie Jacoba ('Rie') (Wormer, 2-12-1935). Herman en Geertje hadden een manufacturenwinkel. Volgens de gezinskaart was Herman aanvankelijk fabrieksarbeider en daarna voermenger in een veevoederfabriek. In een opgave aan de Beauftragte voor de provincie Noord-Holland vanwege de arbeidsinzet werd in november 1942 als beroep 'handelaar in katoenafval' ingevuld. Herman Duis was een van de zeven kinderen van Samuel en Judith Duis*. Dit Amsterdamse echtpaar verhuisde rond 1908 vanuit Alkmaar naar Zaandijk. Ze bleven net als drie van hun kinderen in Zaandijk wonen. Herman ging naar Wormer, waar hij op 22 november 1928 trouwde met Geertje Groot. Het echtpaar woonde er aanvankelijk in de Eendrachtstraat 10 en verhuisde daarna naar de Knollendammerstraat 142. Rond de oorlogsjaren verbleven ze aan de Zandweg 56, na de oorlog op de Zaandammerstraat 12.
Aanmelding
Tussen 10 en 23 februari 1941 vulde het gezin drie aanmeldingsformulieren in voor 'personen van geheel of gedeeltelijk joodschen bloede' en gaf die tegen betaling van 3 gulden af bij de secretarie. Het gezin Duis was feitelijk het enige joodse huishouden in Wormer en als zodanig bekend. Vóór juni 1941 verhuisde Herman Duis* in z'n eentje naar Krommenie.
Zwemmen
Op 17 juni 1941 stuurde het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming een brief rond 'betreffende deelname van Joodsche leerlingen aan zwemonderricht in klassikaal verband'. Secretaris-generaal J. van Dam wees de gemeenten erop dat het zwemverbod van 4 juni gevolgen had voor het schoolzwemmen door joden. De gemeentesecretaris van Wormer liet de brief overtypen en doorsturen naar de scholen van Wormer. Onder het exemplaar voor hoofdonderwijzer Ditmars van de openbare school schreef hij: "Het dochtertje van [weggelakt] valt hieronder niet, omdat ze niet als vol-joodsche is aan te merken. Overigens zijn hier momenteel geen joodse ingezetenen."2 De weggelakte naam is van Judith Duis, die toen ongeveer 10 jaar was. Het zwembad was vanaf maart 1942 verplicht een houten bord bij de hoofdingang te hebben staan met daarop de tekst 'Voor Joden verboden'.
Rijksinspectie
Herman Duis liep geen onmiddellijk deportatiegevaar. Hij was gemengd gehuwd. Hij moest wel de ster dragen, en er waren andere ernstige beperkingen. De Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters had op 30 juli 1942 van Krommenie te horen gekregen dat Duis was 'afgevoerd' uit het register, maar had nog geen bericht gehad over 'opneming' in Wormer. De gemeente was dus laks. De maatregelen bleven komen.3 De Commissaris van de Provincie verordonneerde op 17 juli 1942 dat 'gemengd gehuwde echtparen met hun geheele huisraad vóór 1 augustus a.s. een woning in Amsterdam hebben betrokken'. De gemeente stuurde het formulier terug met de naam Duis erop en vermeldde alleen dat het een 'Mischehe' betrof. Het gezin bleef. Op 23 september 1942 legde het echtpaar een verklaring af waarmee hun gemengde huwelijk werd bevestigd.
Beauftragte
De gemeente verwees hiernaar toen een geagiteerde Beauftragte voor de provincie op 26 november vroeg waarom zoveel joden niet aan het werk waren in de Arbeitseinsatz. De hoge ambtenaar noemde overigens de joden die nog in ziekenhuizen of instellingen verbleven als voorbeelden van geschikte kandidaten voor dwangarbeid. Ook toen dezelfde functionaris wilde weten welke 'geëvacueerde jodenwoningen' er in Noord-Holland waren en welke nog door joden bewoond werden, schreef Wormer ten aanzien van Herman Duis terug: "Er hat eine Erklärung abgelegt von Mischehe."
Afscheidskaart
Samuel Duis stuurde op dinsdag 5 mei 1943 vanuit Amsterdam een briefkaart naar zijn zoon H. Duis in Wormer. Het was een afscheidskaart voor zijn kinderen in de Zaanstreek: "Waarde Familie, Bij deze deel ik mede dat we gehaald zijn. Dus we zullen zien wat er van komt."4 Herman Duis zelf ging vermoedelijk in de loop van 1943 naar Amsterdam. Hij werd er tijdens een razzia in oktober opgepakt en vastgezet in het gebouw van de Sicherheitsdienst aan de Euterpestraat. Na een medische ingreep, vermoedelijk sterilisatie, kwam hij vrij.5 Hij dook alsnog onder, in Schermerhorn, en overleefde de oorlog.
Vervolg
Er is een naoorlogs bericht bewaard gebleven van een 'Speurder' van de Politieke Opsporingsdienst (POD), een onderdeel van de Binnenlandse Strijdkrachten. Het dateert uit mei 1945 en handelt over Herman Duis, wonende Zandweg 56 te Wormer.6 Hij werd er door de POD van verdacht zwarthandelaar in wollen dekens te zijn. Duis werd echter door de toenmalige NSB-burgemeester van Krommenie, Jongsma, in bescherming genomen. Jongsma liet de in beslag genomen dekens terugbezorgen. Na de oorlog werkte Duis verder in de manufacturenzaak. Hij ging met een 'Volksbus' naar Volendam en Marken, waar hij met een handkar ventte.
Verwanten
Hermans ouders Samuel en Sophia Duis werden niet lang nadat ze hun afscheidsbriefje verstuurden in Sobibor vermoord. Hun thuiswonende zoon Martin* ontkwam. Ook de andere in de Zaanstreek woonachtige familieleden Duis, twee gemengd gehuwde broers met een gezin, overleefden de oorlog.
Zie ook Herman Duis* in Krommenie.
1 Gezinskaart en correspondentie burgemeester Kooiman (Waterlands Archief); Mededelingen van J. Hoek (april 1999) en R. Remmerzwaal-Duis uit Wormer en C. Boschman uit Krommenie (september 2000)
2 Beklemmende jaren. Kroniek van Wormer in de Tweede Wereldoorlog (p. 22)
3 Correspondentie burgemeester Kooiman (Waterlands Archief)
4 Kopie afgebeeld bij de familie Duis* in Zaandijk
5 Zie voor de sterilisatiepolitiek in Nederland de opmerkingen bij de Duitse vluchteling Gottschalk*
6 Gemeentearchief Zaanstad, PA-81, inventarisnummer 13 (Verzetsorganisaties Koog-Zaandijk)