SOESAN (RUBEN)
Gezin Ruben Soesan (Amsterdam, 22-7-1918) en Sara Lina ('Lientje') Soesan-Engelander (Amsterdam, 9-10-1919) met Arno (Amsterdam)1
Bontwerker Ruben Soesan woonde voor de oorlog samen met zijn vrouw Lientje, hun zoon Arno en de schoonouders Sjoerd en Na Engelander* in de Amsterdamse Rijnstraat 225 II. Lina was confectienaaister. Het jonge echtpaar betrok de gemeenschappelijke woning direct na hun huwelijk op 1 februari 1939. Rubens broer Joop* woonde met de ouders en tante Helena Reens in het noordelijke deel van de Rivierenbuurt, in de Borssenburgstraat.
Onderduik
In tegenstelling tot zijn ouders en tante doken zowel Joop als Ruben, diens gezin en schoonouders in het najaar van 1942 onder. Ze gingen naar Assendelft. Hun contactpersoon was Klaas Winter, die Ruben al sinds het voorjaar van 1941 kende. Ruben, Lientje en Arno vonden een plek bij de familie Tambach-Heinen aan de Vaartdijk. Rubens schuilnaam was 'tornmes', een stukje gereedschap voor het maken van (be)kleding. Piet Tambach was een goede vriend van Klaas Winter. Hij noemt hem in een brief uit kamp Vught, waar hij na zijn arrestatie werd opgesloten.
Assendelft
Klaas kwam begin maart 1943 in Vught om het leven. Ruben schreef hij op 12 maart 1943 een ontroerende condoleancebrief aan de weduwe; zie de illustratie. Ruben noemde haar 'Lieve tante Baaf', en sprak zijn grote verbondenheid en dankbaarheid uit: "Jullie zijn ons meer geweest dan een familielid." Ruben eindigde met de woordjes: "Moed houden." Hij ondertekende uit voorzichtigheid niet met zijn naam, maar met 'Mij'. Op dezelfde dag schreef zijn schoonvader Sjoerd Engelander de weduwe Bavonia Winter-Boon eveneens een brief van medeleven.
Arrestatie
De situatie in Assendelft was niet zonder problemen. Harry Engelander, een oom van Lientje die in België woonde, bood met zijn vrouw Alice aan Arno op te nemen. Ruben bracht hem er in het voorjaar van 1943 naar toe. Ruben ging samen met Piet Tambach. Harry woonde in Antwerpen, op de Jan van Rijswijcklaan. Vermoedelijk omdat hij er erg joods uitzag, werd Ruben aan de grens uit de rij gehaald. Het afgesproken verhaal dat de twee vrienden naar een Belgische wielerwedstrijd wilden, werd niet geloofd. Ruben werd gearresteerd, Piet teruggestuurd. Het lukte wel om de kleine jongen bij zijn oom en tante te krijgen. Arno zou de hele oorlogstijd bij hen blijven. Piet zag zijn reisgenoot later in dezelfde trein, onder politiebewaking. Ruben werd op 2 juli 1943 in Sobibor vergast.
Nieuw adres
Lina bleef in Assendelft, bij de familie Cornelissen-Tambach. Er ontstonden spanningen. De jonge vrouw was een knappe verschijning. Gezegd wordt dat ook de Assendelftse pastoor Vermeulen zijn bezorgdheid uitsprak over de ontstane situatie. Hoe dan ook, Lientje dook vervolgens mét haar ouders onder bij Johan Jurgens de Vries op de Zaandammerweg 24-26, buren van verzetsleide Jaap Brinkman. Zij hadden een dubbele woning. Weduwnaar De Vries leefde met zijn huisgenote mevrouw De Ridder in het ene huis, een jonger echtpaar De Vries met vijf kinderen in het andere. 'Oom Sjoerd' en 'Tante Na' verbleven bij de weduwnaar, Lientje woonde bij het gezin De Vries. Ze kon er niet goed aarden en bezocht daarom vaak de familie Brinkman. De toen 16 jaar oude zoon Henk: "Voor mij was het een tante. We gingen wel eens rijden met het kaasbrikkie met een paardje ervoor. Bij De Vries moest ze meehelpen, maar ja, het was een hele dame, dus dat vond ze niet zo prettig. Daarom was ze liever bij ons, bij mijn pleegmoeder, tante Huibje." Ondanks de concentratie van onderduik en verzet rond Jaap Brinkman waren er geen invallen of grote incidenten. Lientje en haar ouders haalden ongedeerd het eind van de oorlog en staan op verschillende foto's (zie de illustraties). Ook Arno kwam veilig uit zijn onderduik.
Zie ook gezin Engelander* in Assendelft.
1 Mededelingen van Nel Grooteman-Winter uit Assendelft (najaar 2007), Arno Appelboom (januari 2010) en Marcel Soesan uit Amsterdam (najaar 2007); Gemeentearchief Amsterdam, gezinskaart; www.joodsmonument.nl; Stichting Fotoboek Zaans Verzet (p. 39-40)