KRIEG (ERWIN)
Echtpaar Erwin Krieg (Haynau, 26-12-1904)1 en Helene Krieg-Proskauer* (Oppeln, 19-10-1875)
De in Duits Silezië geboren Erwin trouwde 2 april 1931 in Breslau met Elfriede Schaetzke (Breslau, 12-10-1905). Zijn moeder Helene Krieg-Proskauer kwam uit hetzelfde gebied, dat na de oorlog Pools werd. Helene Proskauer was weduwe van Hugo Krieg. Erwin staat op de basislijst als 'producent van lederwaren'.
Lederwarenfabriek
Zij werden op 1 juli 1938 als vreemdelingen in Zaandam ingeschreven; moeder en zoon als joods, Elfriede als evangelisch. Het gezin woonde op de Zuiddijk 46a. Erwins beroep was 'koopman autobekleding'. Op de gezinskaart staat bij Helene Krieg genoteerd: "Op 19.12.1938 naar verblijfsregister." Dit gebeurde vaker met vreemdelingen waarvan onduidelijk was hoelang zij zouden blijven. Vermoedelijk waren zoon en schoondochter al eerder aangekomen. Het familiebedrijf in lederwaren E. Krieg werd namelijk in maart 1938 bij de Kamer van Koophandel geregistreerd. Men fabriceerde tabakszakjes, portemonnees en dameshoeden en had ook een winkel in lederwaren. Er werkten op een gegeven moment twintig mensen bij de firma E. Krieg. In het najaar van 1939 werden Erwin Krieg en zijn moeder lid van de joodse gemeente.2
Oorlog
Als ondernemer maakte Erwin dezelfde onteigeningsprocedures mee als allen die zich in oktober 1940 als 'joodse onderneming' bij de Wirtschaftsprüfstelle moesten laten registreren. Voor Duitse joden kwam daarbij dat door de toepassing van het Reichsbürgergesetz op 25 november hun vermogen en hun nationaliteit vervallen werden verklaard.
Westerbork
Erwin en Elfriede arriveerden ruim voor Helene Krieg-Proskauer in Westerbork. Of de drie familieleden tegelijkertijd in het kamp verbleven is niet helder. In mei-juni 1943 voerden de autoriteiten in Westerbork (en daarbuiten) tegenover gemengd gehuwden een sterilisatiecampagne, die de mogelijkheid gaf om het kamp te verlaten. Het echtpaar Krieg is in ieder geval niet in Westerbork gebleven.
Helene Krieg-Proskauer
Erwins moeder werd eind mei 1943, vroeger dan veel andere Duitstalige vluchtelingen, naar het als vakantieoord vermomde Poolse Sobibor gedeporteerd. Op 28 mei werd ze er door vergassing omgebracht. Ze was 67 jaar oud.
Vervolg
Het echtpaar Krieg-Schaetzke overleefde de oorlog. Zij verhuisden na de bevrijding naar de Govert Flinckstraat te Amsterdam. Daar zetten zij hun lederwarenzaak voort.
1 Aufstellung nr. 35 (Erwin Krieg); Aufstellung nr. 69 (Proskauw, Wwe Krieg); Evacuatierapporten; Rechnung Zentralstelle; H8; G18; Gezinskaart; Gemeentearchief Westerbork; Mededelingen van B. Vollmann-Petersen (1998) en Dieuwke Grijpma (augustus 2003)
2 Joodsch Zaandam, december 1939
19 januari 1942
Op 19 januari 1942 staat op het briefje van politieman M. bij Zuiddijk 46a alleen de naam 'Krieg E. (2)'. Helene Krieg-Proskauer ontbreekt. Haar naam komt evenmin voor bij de inschrijvingen in Westerbork van begin februari. De 66-jarige Helene zal net als zes andere ouderen de mogelijkheid krijgen om naar Amsterdam te gaan. Bij haar verkeerd geschreven naam ('Proskauw') stond op de basislijst immers genoteerd: "Boven leeftijd?" Erwin en Elfriede Krieg echter moeten, hoewel gemengd gehuwd, met hun bagage in de hand naar Westerbork. Dat gebeurt na afgifte van de huissleutels en een lijstje met meegenomen spullen. De inboedel, plus vermoedelijk die van Erwins moeder, wordt getaxeerd op 249,50 gulden. Dat bedrag wordt later opgeëist door de Zentralstelle. Intussen is echter het recht erkend van joodse mannen met een 'arische' echtgenote om over hun huisraad te beschikken. Het blijft onduidelijk of het mogelijk is hun spullen uit de depots van de Einsatzstab Rosenberg naar Westerbork of elders te krijgen. Op 11 mei 1942 wordt de lederzaak geliquideerd door Treuhändler Carl Otto Ullrich.