LEVY/LEVIJ (ALBERT)
Gezin Albert Levy/Levij (Langerwehe, 5-11-1905)1 en Jenny Levy/Levij-Weiss (Flamersheim, 22-4-1902), Sara Weiss-Metzger (Lantershoven, 29-3-1860) en Friederika Weiss (Flamersheim, 6-5-1892)
Verschillende Duitse vluchtelingen in Zaandam kwamen uit het Zuidelijke grensgebied: van het Rijn- en Roergebied tot aan Westfalen. De families Levy en Weiss kwam uit het gebied tussen Aken en Bonn. Eind 1936 werden Samuel Levy* en zijn zoons Josef*, Albert en Otto* in Zaandam ingeschreven. Albert en zijn broer Josef woonden volgens een politieschrijven van 30 november 1936 op de Anna Paulownastraat 27a. Daar kwam in maart 1938 ook Fritz Werner* wonen. De Levys waren marktkooplui geweest en in Zaandam zetten ze dat werk voort. Rond het begin van de bezetting vernederlandsten zij hun naam in Levij.
Huwelijk
Albert vond eind 1938 een woning op de Burcht 2. Hij trouwde op 28 december 1938 met Jenny Weiss, die toen in Amsterdam woonde. Vier dagen later richtten Josef en Albert het bedrijf A. Levy op. Ze fabriceerden er damesceintuurs en waren grossiers in accessoires en fournituren. Ze openden ook een fourniturenwinkel op de Burcht, Het Modehuis. Jenny's zuster Friederika en hun moeder Sara Weiss-Metzger kwamen in september 1939 naar Zaandam. Ze behoorden bij de laatste vluchtelingen die naar Zaandam kwamen. Alle familieleden werkten mee in de zaak. Jenny deed de boekhouding.
Joodse gemeente
Albert Levy werd in het tweede nummer van Joodsch Zaandam (december 1939) genoemd als een van de Bruidegoms der Wet. De tweede Bruidegom was Adolph Herzfeld*, die naast Samuel Levy woonde2. Omdat de Bruidegom voor de gemeenteleden een klein feest diende te organiseren, moest hij niet onbemiddeld zijn. In hetzelfde nummer is te lezen dat Sara Weiss-Metzger lid was geworden van de joodse gemeente.
Oorlog
De familie maakte in oktober 1940 de registratie van hun 'joodse onderneming' mee en vervolgens de 'arisering' van het bedrijf in maart 1941 en de roof van geld en tegoeden door de Liro-bank in augustus. Eind november 1941 werden alle joodse Rijksduitsers in Nederland stateloos en bezitloos verklaard.
Sara Weiss
Sara Weiss (81) ging net als zes andere oudere buitenlandse joden al op zondag 18 januari 1942 naar Amsterdam. In haar geval en dat van de schoonvader van haar dochter Jenny verhuisde ze naar de Joodsche Invalide. Haar ziekte was niet gesimuleerd, zoals een aantal andere Zaanse joden wel deed. Enkele dagen na de gedwongen verhuizing overleed zij. Dat was op 25 januari 1942. Sara Weiss-Metzger was feitelijk het eerste dodelijke slachtoffer van de jodenvervolging in de Zaanstreek.
Westerbork
Haar dochters en haar schoonzoon moesten wel naar Westerbork. Albert, Jenny en Friederika ondervonden meer bescherming dan Josef* van hun Duitse afkomst en hun vroege aankomst in Westerbork. Die moest al met een van de eerste transporten naar Auschwitz. De anderen kwamen begin 1944 met Alberts vader Samuel* en tal van andere alte Kamp-Insassen naar Theresienstadt. Van daar kwamen Albert en Jenny -eerst gingen de mannen, daarna als 'vrijwilligers' de vrouwen- eind september, begin oktober in Auschwitz terecht.
Deportatie
Jenny Levij-Weiss (42) werd op 8 oktober 1944 voor de gaskamer geselecteerd en omgebracht. Albert was voor 'werk' bestemd. Net als de meeste zo geselecteerde Zaanse gevangenen bleef hij echter niet in Auschwitz. Het kamp werd al vanaf augustus ontruimd. In de laatste fase, tussen 17 en 19 januari 1945, werden nog zestig- tot negentigduizend mensen het ondergaande Duitse rijk in gestuurd. Albert Levij kwam in Dachau terecht. Daar kwam hij op 24 januari 1945 om het leven. Hij was 39 jaar.
Theresienstadt
Friederika Weiss werd niet naar Auschwitz doorgestuurd. Zowel zij als de schoonvader van haar zuster, Samuel Levij, overleefde Theresienstadt.
1 Aufstellung nr. 43 (Albert Levij; Duits - 2 pers.), nr. 55 (Sara Metzger, Weduwe Weiss) en nr. 90 (Friederika Weiss); Evacuatierapporten; Rechnung Zentralstelle (Albert Levy); H5; H8; G19-20 (als Levy); Gezinskaart; Verklaring van geen radiobezit; Gemeentearchief Zaanstad en Westerbork; www.joodsmonument.nl; Mededelingen van Dieuwke Grijpma
2 Bij Herzfeld staat een uitgebreide beschrijving van deze erefunctie
19 januari 1942
De namen Albert 'Levy' (2), Sara Metzger (1) en Friederika Weiss (2, later 1), allen met hetzelfde adres, staan op het briefje van rechercheur H. Hij rapporteert dat Friederika geen verdere gezinsleden heeft, en schrijft over Sara Metzger: "Al op zondag 18 januari naar de Joodsche Invalide, ter verpleging." De drie anderen gaan met hun handbagage naar School 9 in de Stationsstraat en van daar met de trein naar Westerbork. Binnen drie maanden wordt de inboedel meegenomen door de Hausraterfassung. De getaxeerde waarde, 120 gulden, wordt opgeëist door de deportatie-instantie Zentralstelle.