LEWKOWICZ (SAMUEL)
Gezin Samuel Julius Lewkowicz (Zawiecz/Zawiercie, 16-8-1899)1, Margot Lewkowicz-Willinger (Dortmund, 22-11-1905) met dochter Regina (Duisburg, 9-5-1929)
Samuel werd in Zaandam geregistreerd als Israëlitisch en als Poolse koopman. De inschrijving van het uit Duisberg komende gezin vond plaats op 25 september 1933. De drie leden betrokken een woning op Zuiddijk 27a. De familie van Margot Willinger -haar moeder met twee zoons en een dochter- ontvluchtte Duitsland eveneens en woonde in Amsterdam.
Kleding
Hoewel Samuel Lewkowicz in Duisburg een meubelzaak had, begon het echtpaar in Zaandam een atelier en winkel in damesconfectie en nouveautés. De zaak werd op 20 oktober 1933 onder de naam Mode de Paris bij de Kamer van Koophandel geregistreerd. In april 1935 verhuisde het door Aron Pais* geholpen gezin naar de Westzijde 77 b/a. Hier begon Samuel de import- en exporthandel Lewko. In november 1935 woonde men op de Gedempte Gracht 24, niet ver van de synagoge. Samuel verkocht er in het winkelpand de kleding die zijn vrouw Margot maakte.
Westzijde
In november 1937 verhuisde het gezin naar Westzijde 54a, boven de banketbakkerij Grauwelman. Je kon van daaruit de Stationsstraat overzien. Regina herinnert zich dat er 's zomers paardendraverijen werden gehouden. Margot Lewkowicz leidde op deze bovenwoning het confectieatelier en had verschillende meisjes in dienst. Toen zij last kreeg van reuma en hoofdpijn werd de zaak opgedoekt. Wel bleef ze voor vaste klanten werken, met behulp van thuisnaaisters. In juli 1939 begon Samuel met een compagnon op dit adres ook het Algemeen Reis- en Passagebureau Arepa.
School
Dochter Regina ging in de jaren '30 naar School 9. Zij was het enige joodse kind in haar klas, waarin verder onder andere Albert ('Bertje') Heijn zat. De anderen waren wel eens jaloers op het vrij dat ze kreeg tijdens joodse feestdagen. Op sjabbesmiddag ging Regina naar de bijsjoel, waar Leo Knopf* met de kinderen zong en spelletjes deed. Op zondagmorgen en woensdagmiddag had ze er joodse les, met leeftijdgenootjes als Hani Kzernitzki* en Elsje Smit*. Haar vriendinnetje Roosje Drilsma* zat in een hogere groep.
'Arisch' zwemmen
De bedrijfjes van het echtpaar Lewkowicz zullen hetzelfde zijn behandeld als alle joodse ondernemingen: registratie, overmaking van gelden en tegoeden naar de Liro-bank, aanstelling van een niet-joodse Verwalter. Arepa moest al in november 1940 worden gesloten. Vanaf mei 1941 waren zwembaden voor joden verboden. Dat gold dus ook het schoolzwemmen voor joodse leerlingen. Voorafgaand aan een zwemwedstrijd tegen een andere school kwam schoolhoofd S. Dijkstra huilend aan Regina's ouders vertellen dat hun dochter niet mocht meedoen. Regina was met zwemmen de beste van haar klas. Ze ging toen maar vaker in de Zaan zwemmen.
'Joden-hbs'
Kort daarna kwam meester Dijkstra opnieuw langs, dit keer om mee te delen dat Regina in september niet meer welkom was op het Gemeentelijk Lyceum. Een derde keer kwam hij zeggen dat Regina evenmin tijdelijk naar de lagere school mocht. Regina zwierf vervolgens maanden langs de straat, voor ze in november met de boot en de tram naar de 'joden-hbs' aan de Amsterdamse Mauritskade ging (zie Sanders* en Van Dien*).
Van Hall
Het op Westzijde 42 wonende echtpaar Van Hall stelde voor om vader en moeder Lewkowicz naar Zwitserland te brengen en Regina bij hen te laten onderduiken. Maar Samuel Lewkowicz geloofde niet dat de oorlog lang zou duren en Regina wilde niet bij haar ouders vandaan. Walraven van Hall zou later bekendheid krijgen als de 'bankier' en zelfs 'premier' van het verzet.2
Westerbork
Ouders en dochter Lewkowicz behoorden tot de eerste Zaans-Duitse vluchtelingen in Westerbork. Op 3 februari 1942 werden ze daar ingeschreven, als de nummers 2-4. Samuel Lewkowicz werd in Westerbork barakleider. Daardoor kon deportatie worden uitgesteld. In januari of het voorjaar van 1944 werd de familie net als veel andere alte Kamp-Insassen vanuit Westerbork naar Theresienstadt gedeporteerd. Dat was relatief gezien het minst slechte concentratiekamp.
Auschwitz
In de herfst van 1944 werden er nieuwe transporten vanuit Theresienstadt aangekondigd. Jonge mannen moesten naar de omgeving van Berlijn voor 'Arbeitseinsatz'. Vrouwelijke relaties konden zich vrijwillig melden. Samuel Lewkowicz vertrok alleen en eindigde in Auschwitz-Birkenau. Zijn vrouw en dochter gaven zich 'vrijwillig' op en kwamen op een andere plek in hetzelfde kamp terecht, zonder te weten waar Samuel was. Allen overleefden Auschwitz, tot aan de evacuatie in januari 1945. Die vond plaats onder erbarmelijke omstandigheden, lopend en per trein.
Andere kampen
Vader Lewkowicz kwam in Sachsenhausen (bij Berlijn) terecht. Moeder en dochter belandden na een treintocht die drie weken duurde in Freiberg (onder Dresden). Het was een buitencommando van Flossenburg, waar voor de vliegtuigfabrikant Messerschmitt werd gewerkt. Ze hoorden het bombardement op Dresden van 12 februari 1945. Half april werd Freiberg geëvacueerd. Doodziek en uitgeput kwamen moeder en dochter Lewkowicz terecht in het Oostenrijkse kamp Mauthausen. Ze slaagden erin om in leven te blijven tot aan hun bevrijding door de Amerikanen.
Repatriëring
Het Rode Kruis bracht hen naar Frankrijk. In een repatriëringskamp ontmoetten ze Lilo Jäger-Ardel*. In augustus 1945 keerden ze via Parijs terug naar Nederland. Daar bleek Samuel al drie weken te zijn. Hij was in Sachsenhausen door de Russen bevrijd.
Vervolg
Het gezin Lewkowicz was lichamelijk en geestelijk doodziek. Regina had tbc. Ze keerden terug naar Zaandam en kregen het huis van een NSB'er op de Zuiddijk. Toen Samuel Lewkowicz naar mensen ging waar hij spullen ter bewaring had ondergebracht, ontving hij een Mickey Mouse-wekker en een oud vestje terug. De rest was aan een dochter gegeven die in het huwelijk trad. Hij was geestelijk te zwak om zich te verzetten.
Confectieatelier
Mevrouw Lewkowicz startte met haar dochter, die niet meer naar school kon gaan, opnieuw een confectieatelier. Na enige tijd werd het bedrijf verplaatst naar Amsterdam. Men fabriceerde er mantels, mantelkostuums, japonnen en blouses. In juni 1949 werd de productie uitgebreid met jongens- en herenconfectie, regenkleding en pelterijen. Het bedrijf werd in 1969 opgeheven.
1 Aufstellung nr. 45 (Pools - 3 pers.); Evacuatierapporten; Rechnung Zentralstelle; H3; H4; H6; H8-9; Gezinskaart; Dieuwke Grijpma (augustus 2003) - de Kamer van Koophandel schrijft 'Lewkowitz'
2 't Hoen en Witte, o.c. (p. 89); Erik Schaap, Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945)
19 januari 1942
De naam Lewkowicz staat op maandag 19 januari 1942 met vijf andere op het briefje van rechercheur Folkert Brandsma. Twee van de gezinnen krijgen wegens ziekte uitstel. Een derde is ondergedoken. Het gezin Lewkowicz staat klaar met handbagage en lijstjes van de inhoud. De politieman neemt die met de huissleutels in ontvangst. Hij zegt, zo vertelt Regina: "Ik ga uw deur verzegelen. Ik kan dus niet zien of u rechtdoor gaat, linksaf of rechtsaf slaat." Maar de familie begrijpt niet dat hij hen een kans biedt. Regina kan op school nog afscheid nemen van meneer Dijkstra en dan gaan ze met de trein naar Drente. Binnen drie maanden neemt de Hausraterfassungsstelle de inboedel over. De waarde, geschat op 112,50 gulden, claimt de instantie die de deportaties regelt. De im- en exporthandel Lewko en de kledingzaak worden in april 1943 geliquideerd door het Duitse Treuhandgesellschaft Omnia.