ASSENDELFT


Inleiding

 

Voor 1900 waren er slechts twee joodse families in Assendelft, allebei werkzaam in het slagersvak: de familie Valk-van Kleeff en de familie Hofstede-Bloempot. Ook daarna bleef het aantal joodse inwoners klein. Overigens behoorden Assendelft en Krommenie -en tot 1906 ook Wormerveer- officieel niet tot de joodse gemeente van Zaandam, maar tot die van Beverwijk. In de jaren '30 studeerden aan de landbouwschool van Assendelft verschillende Palestina-pioniers van de 'kibboets Beverwijk'.

 

Melden

Niet-Nederlandse joden werden op 2 juli 1940 opgeroepen zich op het gemeentehuis te melden. Ze lijken er niet te zijn geweest.1 In het voorjaar van 1941 moesten inwoners 'van geheel of gedeeltelijk joodschen bloede' een aanmeldingsformulier met tien vragen invullen. Met de antwoorden maakte de persoon in kwestie duidelijk of de aanduiding J ('voljood'), dan wel BI -later GI- ('halfjood'), dan wel BII -later GII- ('kwartjood') van toepassing was. Die hoedanigheden werden genoteerd op de persoonskaart van het bevolkingsregister. Voor het ingevulde formulier kreeg men een Bewijs van Aanmelding,2 'gele kaart' genoemd. Hierop stond onderaan het aantal joodse grootouders. De leges bedroegen 1 gulden per persoon. Wie dit niet of niet geheel kon betalen, werd naar de joodse gemeente verwezen of kon, indien niet-religieus, vermindering dan wel vrijstelling krijgen. Voljoden kregen bij de uitreiking van het nog in te voeren persoonsbewijs twee J's gestempeld in deze legitimatie. Voor de joodse gemeente geldt traditioneel iemand als jood wanneer hij of zij uit een joodse moeder is geboren. Het geloof van de vader en het aantal joodse grootouders zijn geen maatstaf. In de nazi-wetgeving werd dus een andere maatstaf gehanteerd.

 

Joodse inwoners

Het landelijke overzicht dat de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters in mei 1942 publiceerde over de aangemelde personen3, geeft de stand van zaken weer per 1 oktober 1941. Daaruit blijkt dat er in Assendelft op dat tijdstip vijf personen 'van joodschen bloede' woonden: twee 'voljoden' (een man en een vrouw) en drie 'halfjoden' (twee mannen, een vrouw). Op 7 maart 1942 de stuurde de Assendelftse burgemeester Jan de Boer op verzoek van de Commissaris van de Provincie in vijfvoud een nieuwe lijst aan de Duitse autoriteiten.4 Het betrof een nieuwe groep: evacuatiekandidaten. Het ging nu om zeven personen; drie voljoods, (twee vrouwen, een man) en vier halfjoods (twee mannen, twee vrouwen). Er waren dus een voljoodse en een halfjoodse inwoner meer dan bij het landelijk overzicht van een half jaar eerder. Ze stonden in alfabetische volgorde, op drie 'precieze' adressen. Gehuwde vrouwen stonden onder hun eigen naam. Geen van de volwassenen was van oorsprong Assendelver.

 

'Evacuatie'-kandidaten

De lijst telt een joodse alleenstaande, twee gemengd gehuwden en vier kinderen. De alleenstaande is Reina Kernman*, geboren in Nederlands-Indië. De eerste gemengd gehuwde is Nathan Lakmaker*. Achter zijn naam wordt opgemerkt dat hij met een 'arische' vrouw is getrouwd, Maria Boogert: "(ist arisch)." Als het gezinshoofd joods was, hoorden de andere gezinsleden echter op de lijst te staan, ook de niet-joodse partner, eventueel zonder eigen nummer.5 De secretarie van Assendelft noemde, ten voordele van mevrouw Lakmaker, alleen haar naam. De tweede gemengd gehuwde is Marianne de Jong-Slap*. Zij staat onder haar eigen naam, en komt dus na Lakmaker. Hier werd opnieuw de naam genoemd van de 'arische' partner, Gerardus de Jong. Een 'arisch' gezinshoofd hoefde echter niet vermeld te worden. Opmerkelijk is dat de burgemeesterslijst de vier halfjoodse kinderen van Gerard en Marianne met hun moeder in de lijst opneemt als 'evacueerbare' inwoners. Volgens de gecompliceerde nazi-regels waren de kinderen van een 'arisch' gezinshoofd in principe niet 'evacueerbaar', ook al waren zij halfjoods. De burgemeesterslijst begint echter met de vier kinderen De Jong. Assendelft ging er kennelijk vanuit dat alle inwoners die voljoods of halfjoods waren in principe zouden moeten vertrekken. De burgemeester hield daarbij de twee 'arische' partners buiten schot, maar liet voor de zekerheid wel hun namen noteren.

 

Nieuw

Het verschil met het aantal halfjoden uit het landelijk overzicht van oktober 1941 wordt verklaard door de geboorte van Elisabeth de Jong op 14 oktober 1941. Het verschil in voljoodse inwoners werd kennelijk veroorzaakt door de komst van Reina Kernman.

 

Politielijst

Een niet goed ingevoerde ambtenaar zette voor de uitvoering van de evacuatie van 22 april 1942 met potlood nummers bij de adressen van de burgemeesterslijst (1-3) en maakte vervolgens een verticaal opgestelde politielijst. Deze bevatte dezelfde zeven namen, maar nu gegroepeerd naar adres. De lijst begint met de vier kinderen De Jong, gevolgd door Marianne Slap. Onder haar naam is 'ARIERIN' getypt.6 Haar man, en niet Marianne, was echter de niet-joodse partij. De merkwaardige vergissing -als het dat was- maakte feitelijk Gerard voljoods. Bij de tweede naam op de politielijst, Reina Kernman, is alles in orde. Bij de derde, Nathan Lakmaker, die niet 'arisch' werd gemaakt, ontbreekt het geboortejaar.

 

Verwarring

Er was dus enige verwarring op het gemeentehuis van Assendelft. De voorschriften omtrent joodse burgers waren ingewikkeld, zeker als het gemengd gehuwden en hun gezinsleden betrof. In Zaandam moesten zij nog weg, in de overige Zaanse gemeenten in principe niet, maar bij voljoodse gezinshoofden moesten de namen van de halfjoodse en 'arische' gezinsleden toch in de lijst worden opgenomen. Gevaarlijk was het dat de vier kinderen van het gezin De Jong op een manier werden opgeschreven die hen op voljoden ('J') deed lijken.

 

Na 22 april 1944

In werkelijkheid zal alleen Reina Kernman gedwongen zijn geweest Assendelft te verlaten. Na verloop van tijd werd haar door de politie verzegelde woonruimte leeggehaald. De gemengd gehuwden konden met hun gezinsleden blijven. Dat gold dus ook het voljoodse gezinshoofd Lakmaker. Hij en Marianne de Jong moesten wel de jodenster dragen, die een week na deze 'evacuatie'-datum werd ingevoerd. Ze hadden verder met veel andere beperkingen te maken. Ze stonden onder druk zich te laten steriliseren. Sommigen werden gedwongen zich te melden voor een werkkamp.

 

Onderduik

De gemeente Assendelft wordt niet als onderduikplaats genoemd in Rechtvaardigen onder de Volkeren, maar toch zijn er uit die plaats actieve hulpverleners geëerd met een Yad Vashem-onderscheiding wegens het onderbrengen van joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gaat om Klaas en Geertruida Schot, die met hun tjalk Dankbaarheid geruime tijd bij het Assendelftse buurtschap Nauerna lagen. Ook hun meevarende compagnon Cor Mol ontving de onderscheiding. Er waren echter meer mensen die in Assendelft joden lieten onderduiken. Volgens de voormalige leider van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) en het Nationaal Steunfonds (NSF), E.A.M. Keet, herbergde Assendelft tijdens de oorlog '13 joodse onderduikers, die natuurlijk meedeelden in de voorraden. Ze zaten allemaal goed en verscheidenen hielden na de oorlog contact met hun onderduikadressen. De Zaandammerweg hebben ze wel eens de Jodenbreestraat genoemd, want bij bijna alle boeren zaten daar mensen ondergedoken'.7

 

1 H2, H5; Pinkas, o.c. (p. 302, 567); Presser, o.c. I (p. 206)

2 Zie afbeelding bij Rebecca Jekel-Beekman*, Koog aan de Zaan

3 Statistiek der bevolking van joodschen bloede in Nederland

4 Archief NIOD, burgemeester Assendelft (handtekening J. de Boer) 7 maart 1942 en evacuatielijst. De burgemeesterslijst draagt het nummer 5 en is wellicht de vijfde doorslag

5 Zie Zaandam, inleiding over 'evacuaties' 

6 Deze dubbel waarschuwende typografie is verder alleen toegepast op de politielijsten van Zaandam en Zaandijk

De Typhoon, 5-5-1965

 



Assendelft 1940, detail kaart Zaanstreek (collectie Gemeentearchief Zaanstad)



Zaandammerweg vanaf de Zeedijk bij Nauerna (collectie Gemeentearchief Zaanstda)